|
Wie zijn wij? Wij zijn een zwemclub die bestaat uit een groep van rond de veertig leden die zijn ingedeeld in drie groepen al gelang naar leeftijd en vaardigheid. Zomers trainen wij twee tot drie keer per week in het buitenbad de Breede, hier hebben wij de beschikking over een vijfentwintig meterbad. (foto?) ’s Winters wijken we uit naar het zwembad van sportcentrum Eelwerd te Appingedam. Helaas wordt de frequentie dan terug geschroefd naar een keer in de twee weken.
Trainingen Tijdens de trainingen wordt er aandacht geschonken aan zowel techniek als conditie. Hierbij komen alle slagen aan bod, schoolslag, vlinderslag, borstcrawl en rugcrawl. Om duurconditie op te bouwen voor marathons worden twee verschillende trainingsvormen gegeven. De vijfminutensprint, een zo’n groot mogelijke afstand afleggen in vijf minuten. En als tweede de coopertest, ook weer zo’n groot mogelijke afstand zwemmen maar dan in twaalf minuten.
Wedstrijden Onze club is niet aangesloten bij de KNZB omdat de leden zichzelf meer zien als recreatieve wedstrijdzwemmers. Hierom worden er onderlinge wedstrijden gehouden met clubs uit de regio. De laatste winterperiodes werd er gezwommen in een vierkampwedstrijd. Dit waren individuele wedstrijden, samen met drie andere clubs, waar de leden een slag per wedstrijd moesten zwemmen. Ook wordt door een groep van de oudere leden mee gezwommen aan nachtmarathons die door clubs uit de omgeving worden georganiseerd. Hierbij zwemmen de deelnemers ieder uur elk vijf minuten een zo’n groot mogelijke afstand.
Hoe is de zwemclub ontstaan? Dit komt het beste naar voren in een interview met de ere-leden mevrouw Drenth en de heer Van de Heide die ter gelegenheid van het vijfentwintig jarig jubileum werd afgenomen. Mevrouw Drenth vertelt, samen met haar echtgenoot, dat in de zomer van 1974 tijdens de zwemlessen van hun kroost de wachtende ouders besloten om een zwemclub op te gaan richten. De toenmalige badmeester de heer Klein Wolthuis was ook enthousiast dus de eerste aanzet was gemaakt. In de Jansenius de Vriesschool werd een vergadering belegd, waarbij ook twee mensen van de K.N.Z.B. aanwezig waren. De Omni-vereniging wilde graag de zwemclub onder haar beheer, maar mevrouw Drenth verzette zich daar tegen omdat de zwemclub niet iets moest worden voor alleen Warffumers. Nee, de omliggende dorpen waren ook welkom. Aldus werd besloten. Het was augustus 1974. In september ging het zwembad al dicht, dus moest er naarstig worden gezocht naar een overdekt bad. Dat werd het Helperbad in Groningen. Er waren al snel 100 leden, die elke zaterdag met een bus (!) richting Groningen togen onder de bezielende leiding van Harry Andringa, de eerste trainer. De eerste wedstrijd kwam om de hoek kijken; in het Scharlakenhof in Haren. Er werden veel wedstrijden gezwommen. Dhr. Van der Heide weet nog dat er echte wedstrijdzwemmers waren, die ook op provinciaal niveau een rol speelden, een groep zwemmers die niet zo hoog grepen en een groep die beslist geeéén wedstrijden wilden zwemmen. Redding zwemmen onder leiding van dhr. Zuur was toen ook erg geliefd en diverse bestuursleden en enkele ouders hielpen daarbij graag een handje. Er werd een pop aangeschaft die opgedoken moest worden. De pop werd Marinus gedoopt, de voornaam van een bestuurslid. (We gaan vandaag Marinus opduiken, jongens!) De Op Roakeldais-bokaal (nu de Breeder bokaal) werd ingesteld: om 8 uur op zaterdagmorgen, na de "nacht van Op Roakeldais" werd er gezwommen om deze bokaal, die werd uitgereikt door de voorzitter van Op Roakeldais. Door het lidmaatschap van de K.N.Z.B. waren er veel beperkingen: de zwemclub mocht bijv. niet meedoen aan de Reitdieptochten in Garnwerd. Niet dat ze zicht daar iets van aantrokken, dat was toch veel te leuk. Ooit heeft de club nog een Lauwersmeertocht georganiseerd en heeft ze meegedaan aan een tocht in de Hoornse Plas. Twee keer zijn ze naar Leek geweest voor "de Nacht van Leek"; een 12 uur race. Kortom, een hectische tijd. De heer Drenth merkt op dat zijn vrouw aan haar huishouden nauwelijks toekwam en dat maar aan anderen overliet. "Mijn vrouw was soms tot diep in de nacht bezig met de zwemclub en ik was daar niet altijd even blij mee", aldus de Heer Drenth. Wanneer de wedstrijdformulieren werden klaargemaakt en de leden te horen kregen welke slag ze moesten doen, bleek dat de rugslag niet erg geliefd was: mevrouw Drenth betrapte een meisje erop dat ze wel erg vaak ongesteld was. Tijdens wedstrijden liep ze met tampons op zak ( want je wist maar nooit) en veiligheidsspelden voor als er plotseling een elastiek uit een zwembroek mocht gaan. Ze maakte zelfs propaganda voor het gebruik van tampons, ze ging bij de ouders langs om hen er op te wijzen dat meisjes eigenlijk altijd wel konden zwemmen. In het eerste voorjaar van de zwemclub moest een afspraak gemaakt worden over de huur van het zwembad "De Breede" met Burgemeester en Wethouders. De zwemclub mocht het bad best huren, als het maar géén mooi weer was want dan moest het bad openblijven voor het publiek(!!!) De zwemvierdaagse kwam ook van de grond, eerst als onderdeel van het Plaatselijk Actie Comité, later onder het beheer van de zwemclub. Harry Andringa werd na een aantal jaren vervangen door Jan Willem Nanninga. Net als Harry was ook Jan Willem begonnen als hulp-badmeester. Als derde trainer was daar de heer Retmeijer, hierna was de heer Berghuis aan de beurt. De jaarvergaderingen, eerst gehouden bij Hoek en later in het Hof van Warffum, werden ook door de kinderen bezocht, de ouders lieten wel eens verstek gaan. Er was zelfs een eigen clubblad;"De Breeder blik" Volgeschreven door de leden, gestencild op een eigen stencilmachine. Beide ere-leden vragen zich af: "Waar zou die stencilmachine toch zijn gebleven?" Het maximum aantal leden dat mevrouw Drenth en de heer Van der Heide hebben meegemaakt was 118. Het was een erg gezellige tijd, zowel met de kinderen als binnen het bestuur. Dit blijkt ook wel uit het feit dat de heer Van der Heide bijna 10 jaar bestuurslid is geweest en mevrouw Drenth zelfs 12 jaar. Tenslotte vertelt mevrouw Drenth: wanneer er zwemwedstrijden waren ter ere van de verjaardag van het hoofd van de Jansenius de Vriesschool werd er steevast vanaf de kant de opmerking gemaakt:"Dij kiender van zwemclub winnen ook aaltied." Mevrouw Drenth haar antwoord was dan: "Zal ik joen kiend ook moar lid moaken?" Zijn zulke mensen die zich zo voor de zwemclub hebben ingezet niet met recht ere-leden?
|